Betere zetmeelverteerbaarheid met Dent-mais

header

Binnen de commerciële maisrassen bestaan er wereldwijd twee grote mais genetica pools: Flint-mais en Dent-mais. De belangrijkste verschillen tussen de kenmerken van Dent en Flint zijn hieronder schematisch weergegeven.

Verschillen tussen Dent- en Flint-mais

Betere zetmeelverteerbaarheid

Bij de Flint-mais is het zetmeel omgeven door een dikke, glazige korrelhuid. Bij de Pioneer Dent-mais is het zachte zetmeel nauwelijks omgeven door een harde korrelhuid. In de pens van de koe en het verdere verteringssysteem is het bloemige zetmeel uit Dent-mais daardoor veel beter bereikbaar en verteerbaar voor de koe. 

Bovendien is het gehalte aan prolamine in de korrel hoger bij Flint; prolamine is een plantaardig eiwit dat als een soort bisonkit de zetmeeldeeltjes aan elkaar kleeft. Dent-maiskorrels zijn daardoor zachter. Prolaminen lossen bovendien niet op in water of stoten water af. Een hoger aandeel aan prolamine in de Flint-korrel zorgt ervoor dat de zetmeeldeeltjes moeilijker door enzymen en bacteriën zijn los te weken en te verteren. Gevolg : korrelresten in de mest en dus zetmeelverlies. 

Sneller de kuil openen

Onderzoek toont de verschillen aan in zetmeelverteerbaarheid tussen Dent-mais en Flint- mais na het inkuilen (bron Lalotte et al. 2016, Univ, Losianne, Nancy, Frankrijk). 

De zetmeelverteerbaarheid werd gemeten 2 maanden na inkuilen en 6 maanden na inkuilen. 


Resultaat: 

  • 2 maanden na inkuilen ligt de zetmeelverteerbaarheid 7% lager bij Flint-mais dan bij Dent-mais (89% t.o.v. 96%).
  • De zetmeelverteerbaarheid neemt toe naarmate de kuil langer gesloten blijft. Maar de uiteindelijke zetmeelverteerbaarheid van Flint-mais bereikt ook na 6 maanden nooit het niveau van de Dent-mais.


Conclusie:

Door de hogere zetmeelverteerbaarheid van Dent-maisrassen t.o.v. Flint-maisrassen heeft de melkveehouder de mogelijkheid om 6-8 weken na het inkuilen al nieuwe mais te voeren in het rantsoen, zonder dat dit tot grote zetmeelverliezen in de mest leidt.

De waarde van Dent voor de melkveehouder

  • Hoog opbrengstpotentieel

Landbouwkundig vertonen pure Dent-rassen een wat tragere jeugdgroei en komen ze iets later in bloei. Daardoor kunnen Dent-rassen wél meer Droge Stof (DS) opbouwen én hebben ze een hoger opbrengstpotentieel.

  • Zeer gezonde plant

Pioneer Dent-rassen zijn stevig en hebben een beter wortelstelsel waardoor ze wat beter tegen de droogte kunnen. Bovendien hebben ze een sterke resistentie tegen verschillende soorten ziekten.

  • Hoge verteerbare zetmeel-opbrengst

Maximale benutting van de aanwezige voederwaarde in Dent-mais

  • Vroeg voeren van nieuwe kuil mogelijk
  • Minder aanpassing rantsoen, gelijkmatigere overgang van oude naar nieuwe maiskuil
  • Aanzienlijk minder zetmeelresten in de mest
  • Minder bijsturen met krachtvoer – betere ruwvoerefficiëntie
  • Dent-mais laat zich gemakkelijker malen tot CCM